1940 – 1950 De gevallen leden worden herdacht

De trieste gebeurtenissen na mei 1940 hebben Amicitia niet onberoerd gelaten Er werd weliswaar een noodcompetitie afgewikkeld in 1940/41 en 1941/42, maar hoe betrekkelijk was het voetbal opeens niet geworden. Een aantal Amicitianen werd naarmate de oorlog vorderde gedwongen om in Duitsland te gaan werken.  Opvallend is de uitbreiding van de vereniging. Opeens telt de vereniging waarschijnlijk 4 juniorenelftallen. Omdat de ledenadminsitratie uit voorzorgs overwegingen in 1942 vernietigd is, valt niet na te gaan waar die sterke groei van het junioren bestand aan toe te schrijven is.

In de notulen van de eerste jaarvergadering na de bevrijding (17 juli 1945) lezen we het volgende: “..De voorzitter opent de vergadering met een hartelijk woord van welkom, speciaal aan het adres van van de eerwaarde adviseur. Hij spreekt zijn tevredenheid uit over over de groote opkomst…. en wil erop wijzen dat alle leden weer zijn teruggekeerd uit Duitsland uitgezonderd J.Hoekstra, W.Frije en F. van Rijsbergen. Amicitia is de oorlog dan wel buitengewoon goed doorgekomen, wat betreft de leden in het buitenland. Hier in ons land hadden wij evenwel het verlies te betreuren van vijf leden. De voorzitter verzoekt om de gevallen vrienden in de gebeden te herdenken.”

We schrijven 1947 als er voor het eerst serieus sprake is van een fusie (met Astrea). Was Amicitia van origine een vereniging “van de middenstand”, het in 1932 opgerichte Astrea had haar leden altijd veel meer uit de katholieke werkende jongeren aangetrokken. De rivaliteit die altijd tussen beide clubs bestaan heeft, is dan ook niet volledig op sportieve gronden terug te brengen.

Desondanks zagen veel leden van beide verenigingen en zeker de geestelijke leiders van de katholieke enclave in Groningen veel liever 1 in plaats van 2 R.K. voetbalclubs. Naast ideele overwegingen spraken ook financiele motieven een woordje mee.

1947_sartoNa enige voorbesprekingen tussen de twee besturen in het voorjaar van 1947 stemde de algemene ledenvergadering van Amicitia en masse voor een fusie. Er wordt op voorstel van H.Kleine een andere naam aangenomen: Sarto, naam van een vroegere paus. aangzien er in Tilburg ook een Sarto bestaat wordt de naam uiteindelijk R.K. Sarto. Ook de clubkleuren krijgen een verfje. In plaats van het zo bekende blauw wit komen nu de witte shirts met daar overheen de rode pullovers. Dit naar voorbeeld van het beroemde Engelse Arsenal. Het “blauw-wit zal zegevieren” de veel gezongen regel uit het clublied behoorde hiermee definitief tot het verleden.

Al werden de kleuren en de naam veranderd, de fusie met Astrea ging net niet door. De leden van Astrea spraken zich er op het laatste moment nogal verrassend tegen uit. Zo bleef Astrea naast Sarto bestaan. Een vijftiental leden, onder wie corifeeen als B.Brekhof, A.Schreuder, T.Nuyten, C.Gevers, P.gevers, L.Wittenaar, O.Ten Brink en T.Wilken vroeg na deze koerswijziging overschrijving aan naar Sarto. Naast hun voetbalinbreng, hebben verscheidenen van hen zich nog jarenlang in verschillende functies verdienstelijk gemaakt.

Binnen sarto bleven echter twee polen bestaan, een Amicitia- en een Astreapool. Menig Astreaan keert in de loop der jaren dan ook terug naar Astrea. Uiteindelijk blijven er twee oud-Astrea spelers over in de hoofdmacht: T.Nuyten en A.Schreuder.

1949_nieuw_clubgebouw

In 1949 werd het nieuwe clubgebouw geopend aan het hoofdveld van de Quintuslaan. Dankzij de inzet van veel vrijwilligers, van jong tot oud, had de vereniging weer de beschikking over een passende accommodatie.

V.l.n.r. S. Weitenberg; L Muller; J. Muller; Herschel; J. Hoekstra; Mevr Dutmer; Mevr. Hoekstra; H. Dutmer; G. Hegeman