Wat speelt er eigenlijk

Wat speelt er eigenlijk… met Rudy Klären

De rubriek ‘Wat speelt er eigenlijk…’ is in het leven geroepen omdat leden zich weinig bewust zijn van elkaars bestaan. ‘Wie speelt er eigenlijk op zondag, terwijl ik zelf op zaterdag speel?’, ‘De jeugd zit enorm in de lift, maar wat voor jongens en meisjes spelen daar eigenlijk?’ of ‘Hoe gaat het eigenlijk met de senioren binnen de club?’ zijn vragen die regelmatig opdoemen in de kantine.

In deze nieuwe versie komt de warme traditie van de club aan bod. Met wie kan dat beter besproken worden dan met cultuurbewaker Rudy Klären (89 jaar, middelste man op de foto), sinds 1950 lid van de vereniging. ‘Door de groei van de club werd mij in de kantine aan het begin van het seizoen gevraagd wat ze voor mij konden betekenen. Ik werd niet meer herkend.’ Daar wil het cluster informatie & communicatie graag verandering in brengen en men via deze weg kennis te laten maken met de historie van Amicitia VMC.

De jaren ’50

Rudy: ‘Ik werd in 1950 lid van Amicitia VMC. Ik was destijds 32 jaar. We waren met de club nog gevestigd aan de Quintuslaan, aan het einde van de Thorbeckelaan. De heer Puister had daar een fietsenstalling en wij gingen daar voetballen. Puister werd later kantinebeheerder.’

‘Wij hadden daar in totaal vijf velden tot onze beschikking, slechts één bal en hadden als een van de weinigen de beschikking over een clubgebouw. Ik zeg clubgebouw, maar die houten keet was net iets groter dan de huidige bestuurskamer. In ons clubgebouw voorzag de vrouw van Puister ons van sinas. Tevens waren er twee kleedkamers en twee douchebakken met enkel koud water. Anderen waren echt jaloers op ons! Later hebben we het houten gebouw gesloopt. Door de schimmel bleef er weinig van over. Een paar onderdelen namen we mee naar het huidige complex. Natuurlijk ging ik daar zelf voetballen, maar werd er ook jeugdleider. Zo heb ik aan de Quintuslaan Herman nog training gegeven.’

De jaren ’60 & ’70

‘Als ik mij niet vergis kwamen wij in 1963 op het huidige complex te voetballen. Wij moesten zelf een clubgebouw bouwen en kwamen hier te spelen met in totaal vijf clubs: s.v. Blauw Geel, CVV Oranje Nassau, v.v. Helpman, S.C. Gronitas (nu S.C. Stadspark) en uiteraard wijzelf. De wijk naast het complex was er nog niet.’

‘Voor de bouw van het clubgebouw kwam de gemeente Groningen met de een derde-regeling op de proppen: een derde kregen we van de gemeente, een derde kon je renteloos lenen en het laatste deel moesten we zelf ophoesten. Dit betekende dat wijzelf een bedrag van 25.000 gulden bijeen moesten krijgen. Zoveel geld hadden we nog nooit bij elkaar gezien. Op het vorige complex waren we enkel in het bezit van een bal en het oude clubgebouw. Een stukje creativiteit bracht ons echter het bedrag bijeen.’

‘Ikzelf zat destijds in de bouwcommissie, maar de bouw verliep moeizaam. Wij hadden slechts een bouwvakker, waar S.C. Gronitas timmermannen, loodgieters en tegelzetter in hun gelederen had. Zij stampten in drie maanden tijd het clubgebouw uit de grond, waar wij in diezelfde tijd enkel een gat hadden gegraven. Uiteindelijk is het clubgebouw er gekomen, maar vraag niet hoe. Tussen de ijzeren palen waar de bar op leunt zat destijds de voordeur, de rest van de kantine is er later bijgebouwd.’

‘Met de nieuwbouw kregen we een kantine die ook een bierpomp bezat. Ik weet nog dat we hier het eerste pilsje tapten. Ik heb toen in de kantinecommissie gezeten. Ook heb ik in de jubileumcommissie gezeten met onder anderen Marcel Winkels en Frans van Bakkum. Voor het 50-jarig bestaan in 1979 maakten wij het jubileumboek.’

‘Rond die tijd hebben we de boel hier uitgebouwd. Hier deed Herman uiteraard ook aan mee. Hij liet met de verbouwing nogal wat spijkers slingeren. Ik ging met mijn volle gewicht op een van die spijkers staan. Daar heb ik weken last van gehad. Het enige waar Herman met dat ongeval last van had waren zijn lachspieren.’

Het voetbal

‘Aan de Quintuslaan hadden we maar liefst vier A-elftallen, zes B-elftallen en een handvol C-elftallen. Met de verhuizing naar Sportpark Coendersborg is dat om een of andere reden hard teruggelopen tot aan het moment dat we helemaal geen jeugd meer hadden. De laatste jaren is dat weer crescendo gegaan door toedoen van de jeugdcommissie, met Rico Sloover voorop. Zij verrichten reuzenwerk voor de vereniging, daar heb ik enorm veel bewondering voor. Nu heb je weer een begin van een soort van doorstroming. Ik hoorde dat er nu al B-junioren meedoen met de hoogste senioren elftallen. Dat hoor ik graag.’

‘We hadden aan het begin op Coendersborg maar liefst elf senioren elftallen, die allen actief waren op de zondag. Als je liever op zaterdag wilde spelen ging je naar Oranje Nassau, waarmee we overigens altijd een plezierige relatie mee hebben gehad. Ergens in de jaren ’60 wilden Joop Nijholt en zijn broer, beiden overigens begrafenisondernemers, bij Amicitia op zaterdag gaan voetballen omdat dat hen beiden beter uitkwam. Dat team is er toen gekomen.’

Rudy is hier op de voorgrond te zien tijdens Valentijnsdag 2015 op de club, waar hij voorzien werd van drie uitsmijters. ‘Liefde gaat door de maag’, was destijds het onderschrift.

‘De heren Nijholt werden overigens weleens zomaar weg gepiept omdat er iemand overleden was. Zo zijn wij ooit een wedstrijd geëindigd met negen man. We hebben wel eens naar de heren Nijholt geschreeuwd dat ze moesten wisselen, omdat er een lijk aan te telefoon was. Daar konden wij destijds hard om lachen!’ 

Bestuurszaken

‘Ik heb nog in het bestuur gezeten met onder andere Herman zijn vader en ook met de vader van Jos Hegeman. Ik wilde graag meer structuur aanbrengen binnen de club, maar dat zat er eenvoudigweg niet in. Om een of andere reden paste het niet bij de club. Dat heeft toch met de sfeer van vrijheid te maken die heerst binnen de club, die ik hedendaags nog steeds voel. Dat gevoel is altijd een onderdeel van de clubcultuur geweest. En over die structuur, de lijntjes zijn altijd vaag gebleven. Als je ergens hulp bij nodig had, dan riep je maar. Dan was er altijd wel iemand bereid om bij te springen.’  

‘Ik ergerde mij weleens aan het gebrek aan structuur, maar besefte mij dat het in ons DNA was geslopen. Tekenend is misschien wel dat ik mede om die reden nog nooit heibel in de bestuurskamer heb geconstateerd. Het woord zelfredzaamheid typeert de sfeer misschien nog wel het meest.’

‘Ik heb wel het idee dat diezelfde zelfredzaamheid met de digitalisering wat is afgenomen, waardoor ik het een goed streven van het nieuwe bestuur vind om een poging te wagen wat meer structuur aan te brengen. Het zal niet ten kosten gaan van de sfeer. Een voorbeeld daarbij: de vereniging is afhankelijk van een klein aantal vaste vrijwilligers (Jos, Harry, Laurens), maar als de teams nu bardienst moeten draaien hoor je daar niemand over.’

‘Dat die sfeer nooit is veranderd komt mede omdat de oude garde de club altijd trouw is gebleven en sommigen zelfs nog steeds voetballen. Cees Boon, Marcel Winkels en Wim Bodewes zijn hier voorbeelden van. Dit zijn echte cultuurbewakers. Ik weet nog goed dat we besloten ‘De Vrienden van Amicitia’ (voorheen ‘De Reünisten’) op te richten. Deze groep mensen moeten wij, als vereniging, echt koesteren.’ 

 De huidige stand van zaken

‘Er is aan het begin van het huidige seizoen een serieus trainersduo aangesteld bij de zaterdag 1. Ik heb in het verleden meegemaakt dat dat bij meerdere clubs gebeurde. Zondagsclubs die een zaterdagafdeling kregen of andersom. In die tijd mocht je niet op en zaterdag en zondag spelen. Johan Masker zat hier, als secretaris van Amicitia, bovenop als hij er lucht van kreeg. Johan heeft deze functie ruim 20 jaar bekleed. Johan Masker is de vader van Wim Masker, die wekelijks zijn licht op FC Groningen laat schijnen in de Groninger Gezinsbode.’

‘Door het inzetten van verschillende clubs op en de zaterdag- en de zondagafdeling zijn in het verleden afsplitsingen ontstaan. Zo is v.v Gorecht voortgekomen uit v.v. Haren en is v.v. De Weide voortgekomen uit v.v. Hoogeveen. Het bestuur moet goed uitstippelen hoe zij dit in de toekomst in toom wil houden.’

‘Als ik nu naar de jeugd kijk hoop ik dat Amicitia dit vast kan houden. Laatst heb ik de JO11-1 zien spelen en dat zag er hartstikke goed uit! Ik vraag mij dan af welke jongens daarvan het eerste elftal zullen halen. Ik hoop allemaal!’

Tot slot

‘Ik ben zelf steeds minder in staat om naar de club te komen door fysieke ongemakken, maar zal de club altijd blijven volgen. Dat wordt overigens mede mogelijk gemaakt door een neef van mij, waarvan ik een tablet heb gekregen. Ik word er steeds handiger mee.’

‘Bij activiteiten van ‘De Vrienden van Amicitia’ probeer ik nog aanwezig te zijn en anders hoor ik het op dinsdagochtend bij de klusgroep van de club wel van de anderen. In mijn hoofd blijf ik altijd betrokken bij de club. Als ik ooit was gegaan bij Amicitia had ik mij nooit, maar dan ook nooit ergens anders ingeschreven. Dat weet ik zeker. Ik heb door de club ontzettend veel mensen leren kennen en heb bij veel clubs een kijkje in de keuken mogen nemen. Echter was er niks met Amicitia VMC te vergelijken. De mensen die ik destijds trof zijn allen wat ouder geworden, waardoor ik hen niet meer tref. Dat mis ik ergens wel. Echter zal ik de club altijd blijven volgen, want Amicitia VMC is een groot onderdeel van mijn leven geweest.’

Eerder werd belooft om de rubriek ‘Wat speelt er eigenlijk…’ een keer in de twee week te laten verschijnen. Het is iets meer werk dan gedacht, waardoor gepoogd wordt om het een keer in de maand te volbrengen.

To Top